De Europese Unie wordt geconfronteerd met een fundamentele tegenstrijdigheid in haar streven naar binnenlandse mijnbouw van zeldzame aardmetalen. Terwijl Brussel op agressieve wijze projecten financiert die van cruciaal belang worden geacht voor de groene transitie en het industriebeleid, vormen strikte wetten op het gebied van milieu en inheemse rechten een onwrikbaar obstakel voor een snelle ontwikkeling. Dit wordt levendig geïllustreerd door de Per Geijer-mijn van LKAB in Noord-Zweden – een vlaggenschipproject dat nu verstrikt is in juridische hindernissen, ondanks dat het de status van ‘strategisch project’ geniet onder de EU-Critical Raw Materials Act (CRMA).
De strategische drang naar autonomie
De EU streeft ernaar de afhankelijkheid van China te verminderen voor zeldzame aardmetalen die essentieel zijn voor elektrische voertuigen, windturbines en defensie. Om dit te bereiken schrijft de CRMA voor dat tegen 2030 ten minste 10% van de strategische grondstoffen binnen het blok moet worden gewonnen, terwijl 40% in eigen land moet worden verwerkt. Ongeveer drie miljard euro aan EU-financiering is gereserveerd voor mijnbouw-, verwerkings- en recyclinginitiatieven in regio’s als Noord-Zweden, waarbij prioriteit wordt gegeven aan projecten als Per Geijer.
De aanduiding “strategisch project” verlaagt het investeringsrisico, verleent toegang tot door de EU gesteunde financiering en versnelt de vergunningverlening op nationaal niveau. Dit politieke en financiële momentum botst echter rechtstreeks met strenge wettelijke vereisten.
Onbreekbare milieuvoorschriften
LKAB moet een volledige milieuvergunning verkrijgen op grond van de Zweedse Milieuwet, een van de strengste van de EU. Dit vereist uitgebreide effectbeoordelingen op het gebied van water, biodiversiteit, vervuiling, lawaai en klimaat – allemaal onderworpen aan toetsing door de Land and Environment Court. Deze processen kunnen aanleiding geven tot jarenlange vertragingen en juridische beroepen, zelfs voor projecten die Brussel essentieel acht. De Europese Milieueffectrapportagerichtlijn, Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn beschermen bedreigde diersoorten en Natura 2000-gebieden en bieden geen uitzonderingen voor industriële opportuniteiten.
Inheemse rechten als juridische beperking
De Per Geijer-afzetting overlapt met traditionele Sami-rendiergebieden, wat verplichtingen met zich meebrengt onder de Zweedse wet, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de EU-wetten om de rechten van minderheden te beschermen. Het waarborgen van standaarden als vrije en geïnformeerde toestemming blijkt bijna onmogelijk onder de druk om door de EU gefinancierde mijnbouw te versnellen. Dit creëert een juridische spanning die de roep van de CRMA om versnelling van de vergunningverlening ondermijnt.
De “Green Deal-paradox”
Kiruna is nu een voorbeeld van wat onderzoekers de ‘Green Deal-paradox’ van de EU noemen: klimaatgedreven industriële ambitie botst met sterke wettelijke bescherming van land, biodiversiteit en inheemse cultuur. De EU financiert tegelijkertijd projecten die haar eigen wetten voor onbepaalde tijd kunnen stopzetten.
Een structurele botsing
De EU-instellingen erkennen de urgentie van de binnenlandse mijnbouw van zeldzame aardmetalen, waarbij de vraag tegen 2030 naar verwachting met meer dan 500% zal stijgen. Toch geeft het EU-wetgevingskader prioriteit aan voorzorg, milieubescherming en op rechten gebaseerd bestuur, waardoor tegenstanders van nieuwe mijnen een sterke juridische invloed krijgen.
De uitkomst van het Per Geijer-project zal aantonen of de EU haar door financiering gedreven streven naar strategische autonomie kan verzoenen met haar eigen wettelijke normen. Op dit moment legt Kiruna een cruciaal probleem bloot: de EU versnelt mijnbouwprojecten die haar eigen wetten moeten vertragen.




























